De blauwe uil en de zwarte zwaan
Wie de financiële media de afgelopen weken heeft gevolgd, zou kunnen denken dat private debt op instorten staat. Koersen van beursgenoteerde kredietfondsen daalden scherp, particuliere beleggers stelden vragen over de liquiditeit van hun beleggingen en krantenkoppen wekten de indruk dat er iets fundamenteel mis was. De werkelijkheid is genuanceerder. Wie de feiten achter de Blue Owl-affaire bestudeert, ontdekt geen systeemcrisis, maar een bestuurlijk conflict dat onterecht is uitvergroot tot bewijs van bredere kwetsbaarheid.
Wat er werkelijk gebeurde
De aanleiding was een omstreden fusiepoging. Blue Owl wilde zijn niet-beursgenoteerde fonds OBDC II samenvoegen met zijn beursgenoteerd fonds OBDC, via een zogenoemde NAV-voor-NAV-uitruil. Het probleem: OBDC handelde op dat moment met een korting ten opzichte van de intrinsieke waarde. Voor aandeelhouders van OBDC II zou de fusie in de praktijk een verlies betekenen dat op papier nog niet bestond. Begrijpelijk dat zij daar niet mee instemden. Na een mislukte stemming werd de transactie afgeblazen. Dit is een bestuurlijk en structureel conflict, niet de start van een kredietcrisis. Het onderscheid is wezenlijk. Toch verwarden media beide kwesties, met onrust onder beleggers als gevolg.
De markt spreekt: 1,4 miljard dollar op pari
Kort na het mislukken van de fusie verkocht Blue Owl een leningenportefeuille van circa 1,4 miljard dollar, verspreid over 128 bedrijven. De verkoopprijs bedroeg naar verluidt 99,7 cent op de dollar, dus vrijwel op pari. De kopers waren institutionele partijen: grote, professionele beleggers die geen cent te veel betalen.
[....]